Last Call

last call

09.30.04 Alt Country NL (The Netherlands)
Stephen Simmons | Last Call

 

Meestal bekruipt mij een wat onbehaaglijk gevoel als ik iemand God ‘hoor’ danken, en dat heeft geenszins met een gebrek aan respect te maken. Toen ik de inlay van Stephen Simmons eerste volledigd cd Last Call (Locke Creek Records) las, bekropen me dan ook de nodige kriebels. Hij dankt in eerste instantie God, om vervolgens – onder anderen – ook zijn vader, een fabrieksarbeider, in zijn dankbetuigingen te betrekken. Van pa zegt Simmons het verhalen vertellen geleerd te hebben. En het moet gezegd: Last Call bevestigt al na twee luisterbeurten in ieder geval de echtheid en waarde van dit laatste feit. Zelfs in die mate dat ook zijn dank aan ‘hierboven’ waarheidsgetrouw overkomt. Last Call is dus een cd met de nodige religieuze uitingen en tintjes. Echter, de in Woodbury, TN opgegroeide en inmiddels in Nashville woonachtige Simmons weet ook andere ‘waarheden’ in zijn verhalen te verwerken; hij weet derhalve voldoende tegenwicht op te werpen. Met hulp van onder anderen Kevin Vaughn (gitaar), Dave Jacques (bass) en David Henry (cello) is Last Call dan ook een goed verteerbaar werkstuk geworden. Op een bepaalde manier hinkend op twee gedachten, of zoals Simmons het zelf stelt: ‘On the one hand, I was exposed to small community religious life, but on the other, I was exposed to my wild-ass relatives’. De zestien tracks tellende cd geven hier zeker blijk van. Na de fraaie opener The Good Life, over materialisme, is de titeltrack een van de nummers die het geloof aan de kaak stelt: ‘Thirsty for sin, but yearning for knowledge’. Wat volgt zijn zonder uitzondering goede staaltjes songwriting; ‘mooie’ verhalen met nogal wat twijfel, spijt en schuldgevoelens. Nummertje zes, Loserville, een song over hoe verveling en baldadigheid een foute wending kunnen nemen, is slechts een van de vele voorbeelden hiervan. Waar Gordon Lightfoot en the Small Faces als ijkpunt worden genoemd, hoor ik met name Steve Earle soms in Simmons werk door, en dan vooral qua stem (Loserville, Sweet Salvation). Slotconclusie is dat ik zeker niet bekeerd ben tot, doch wel behoorlijk onder de indruk ben geraakt van. Zonder enige vorm van twijfel of schuldgevoel plaats ik dan ook vier paarden in de kop. Een aanrader. (Leo Kattestaart) Last Call is verkrijgbaar bij diverse webwinkels en op de website van Stephen Simmons.

10.29.04 Bogdike
Stephen Simmons – Last Call
Locke Creek RecordsDoor het onvolprezen Belgische Roots Town kwam ik op het spoor van Stephen Simmons. Geboren in Woodbury, Tennessee en christelijk opgevoed in een doorsnee gezin (moeder onderwijzeres / vader fabrieksarbeider) heeft hij met zijn debuutplaat “Last Call” een dijk van een plaat afgeleverd. Eerder bracht hij een EP uit “Stephen Simmons Live: Five Song Sampler”, maar “Last Call” is zijn echt debuut. De plaat is met gerenommeerde sessiemuzikanten opgenomen in Nashville en laat een mix horen van ingetogen americana, afgewisseld met meer stevige rootsrock. Namen van Rod Picott, Steve Earle, Bruce Springsteen, Jackson Browne en Ryan Adams schieten met te binnen als er al vergelijkingen gemaakt moeten worden. Zelf noemt hij The Faces en Gordon Lightfoot hierbij.De muziek en de teksten laten een muzikant horen die worstelt met zijn (christelijk) verleden. In zijn biografie staat het zo omschreven: ‘The songs on his new album “Last Call”, tell stories of country’s life dark side and serve to remind listeners how it feels to stand at the intersection of piety and sin” oftewel komen de vrome lessen van huis overeen met de rauwe werkelijkheid.

Het eerste gedeelte van de plaat is meer alt. countryrock gericht (“Country Lines”, “Last Call”, Betty I’m Married”), het tweede gedeelte kenmerkt zich door een meer ingetogen, akoestische benadering. Producer was Eric Fritsch o.a. bekend van  Scott Miller en gelouterde Nashville sessiemuzikanten zoals guitarist Kenny Vaughn, bassist Dave Jacques, drummer Paul Griffith en cellist David Henry zorgen voor de muzikale omlijsting.

Al na de eerste luisterbeurt was ik overtuigd van de klasse van Stephen Simmons en die indruk is alleen maar heftiger geworden. Zonder twijfel heb ik “Last Call” bovenaan het favoriete lijstje voor de Americanachart van deze maand gezet. Deze plaat verdient een brede waardering bij de rootsliefhebbers.

– Thomas Kaldijk

02.10.05 CTRL ALT COUNTRY (Belgium)
Last Call
Locke Creek Records (4.5 stars)

 

Aardig wat erg knappe nieuwe platen gehoord de jongste weken, maar deze steekt er toch echt wel met kop en schouders bovenuit. Dit in Nashville met producer-muzikant Eric Fritsch – zie bijvoorbeeld ook Scott Miller – en verder ook collega’s als Paul Griffith (drums , percussie), Dave Jacques (bas), David Henry (cello), Paul Niehaus (pedal steel), Kenny Vaughn (elektrische gitaar), Casey Driesen en Ward Stout (fiddles) opgenomen tweede album van de in het stadje Woodbury in Tennessee opgegroeide singer-songwriter Stephen Simmons is wat onze Duitse medemensen ?ein echter Leckerbissen? zouden noemen. Een bijzonder smakelijk muzikaal hapje dus, boordevol materiaal dat zowel door Simmons hees-gruizige voordracht als door zijn oog voor het detail bij het beschrijven van de eerder donkere kant van het leven op de buiten beurtelings verwijst naar collega’s als Steve Earle, Robert Earl Keen, Chris Knight en Slaid Cleaves. Luister bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens naar het tragisch aflopende verhaal van door uit verveling keet schoppende jongeren uit de buurt moe getergde old man Johnson, die in Loserville het recht in eigen handen probeert te nemen, en je zal meteen begrijpen wat we bedoelen. ’t Is dat de man er niet woont natuurlijk, anders zouden we deze Simmons hier en nu al een grote toekomst als Texaanse troubadour voorspellen. Heerlijke plaat gewoon!
03.06.07 Folk Forum
Te weinig vuur in Last Call
Stephen Simmons – Last Call Rounder Europe

Een akoestische gitaar, een mondharmonica, een nasale stem die worstelt met zijn verleden. Zo begint The Good Life, het eerste nummer op debuutplaat Last Call van singer-songwriter Stephen Simmons.

‘Well I ‘ve got problems baby
Your money can’t solve
And I ‘ve got issues baby
I ‘ll probably never resolve
Maybe you ‘ve got a good heart
Maybe you ‘re really so blind
But if you ‘re looking for redemtion now baby
This ain’t where you ‘ll find it.

 

En zo filosofeert Simmons nog een couplet door. Niet verwonderlijk. Hij is afkomstig uit Woodbury, een zwaar religieus dorpje in de staat Tennessee. Zijn conservatieve opvoeding en zijn nieuwsgierigheid naar het echte leven zijn dan ook de grootste inspiratiebronnen voor Last Call. De plaat dateert al van 2004 maar is pas sinds kort ook hier officieel in de schappen te vinden.

Behalve een religieus tintje bevatten zijn liedjes ook verhalen over de donkere kant van het leven. Oftewel komen de vrome lessen van thuis uit overeen met de rauwe werkelijkheid.

Om nog even terug te komen op The Good Life. Dit nummer sukkelt rustig verder. Americana, maar dan ingetogen. In het volgende nummer Last Call slaat de vlam in de pan. Mede dankzij de hulp van Paul Griffith (drums), Dave Jacques (bas) en gitarist Eric Pritsch. Deze titelsong bevat zelfs countryrock met een punkrandje. Maar het is toch vooral de verdienste van Simmons zelf, die met zijn treurige stem enkele sterke songs aflevert. Met name Loserville, over een saaie zaterdagavond met een auto-ongeval als gevolg, is een pareltje songschrijverschap. Zowel tekstueel als instrumentaal zit dat nummer wel snor. De sterke teksten worden muzikaal omlijst door viool en pedal steel. Juist die combinatie voorziet Loserville van een folkjasje. Ook het wat zwartgallige Dirty Side Of Me laat de oren luisteren. Toch heeft dit nummer ook weer een religieus sausje mee gekregen.

Cause your as good as gold and mine’s a ragged soul
But I think that ‘s why God sent you to me
Het zal allemaal wel. Een ding is duidelijk. Stephen Simmons is niet bepaald de vrolijkste jongen uit de klas. Wel draagt hij zijn boodschap integer over. Soms te integer. Na enkele luisterbeurten blijkt dat de laatste liedjes op de plaat toch wel heel liefjes klinken. Het ontbreekt dan aan een zekere spanning waardoor het te gepolijst klinkt. Te veel Nashville, te weinig Austin. Te veel country, te weinig soul. Te veel strelingen, te weinig vuur.

Liedjes op Last Call zoals Lay On The Tracks, Just Like Love, en nog een paar nummers, klinken nogal liefjes. Maar daar recht tegenover staan een paar kaskrakers die wel het nodige vuur bevatten zoals de eerder genoemde songs: Loserville en The Good Life. Je kunt er met enthousiaste oren naar luisteren. Maar echt nieuw is het allemaal niet. Last Call is een plaat zoals er al veel gemaakt zijn. Er hadden wat meer vonken in gemogen!

– Sjak Janssen, waardering: 7

01.01.05 Folkworld Magazine
Stephen Simmons | Last Call

The opening strains of the mouth harmonica on the first track of Stephen Simmon’s second album (the first being the self-released acoustic album “Stephen Simmons Live: Five Song Sampler”, which received rave reviews in the Nashville music circles) pretty much describes the rest of the album – plaintive, soulful, verging on the poetic at times- and sets the mood for the album’s main theme: the tension between last call for alcohol, tomfoolery (especially with women, that oh-so-dangerous and exotic species) and the last call for your soul.

Born and raised in the small town of Woodbury, Tennessee, Simmons was exposed, at an early age, to a strict, Church of Christ upbringing. “When you’re raised in the Church of Christ, if you’re sensitive at all, it leaves you with a lot to struggle with,” explains Simmons. This sense of struggle is revealed in the songs on this album, which collectively portray the tension between a life of rural simplicity and the opportunities and temptations represented by the city. The song “Country Lines”, for example, contains the lines “County Lines/ Run in funny ways/ But once they draw ’em up/ They don’t ever change/ They say you can’t go back/ So don’t even try/ Take one more step/ And kiss your County goodbye.”

To categorize Simmons’ music would be a hard task: not strictly country, folk or even Americana, but somewhere in-between, the songs on the album definitely reveal the influence of artists such as Steve Earle, Gordon Lightfoot and even the Small Faces, as well as Simmons’ raw passion for his acoustic guitar.

– Kathy Tan

01.01.05 Hanx.net
Stephen Simmons – Last Call

 

De getekende cd-cover doet aan de hoesjes van de laatste cd’s van Steve Earle denken en dat doet de muziek op Last Call eigenlijk ook. Zonder het venijn, zonder de drang en zonder de wil om wat te willen veranderen. Dit betekent overigens niet dat Last Call een slechte plaat is, helemaal niet zelfs.Voor Earle’s dadendrang krijgen we Simmons’ “strijd” met zijn religieuze opvoeding. Het titelnummer (over de geneugten van de grote stad) is een heerlijke scheurpartij maar Simmons is op zijn best als hij het mid-tempo doet, net zoals bijvoorbeeld The Bottle Rockets dat ook hebben. In lekkere cadans langs alle ellende of langs alle vraagstukken. County Lines is superieur, Betty I’m Married meer dan prettig. In Loserville is hij waarschijnlijk de buurman van Chris Knight. Springsteen is zeker ook van invloed geweest op Simmons. Ik vind 16 nummers veel lang (10 nummers per cd is meer dan genoeg) maar je kunt ook zeggen dat je met meer dan 70 minuten mooie muziek waar voor je geld krijgt.

– Patrick Donders

10.22.04 Metro Pulse
Stephen Simmons | Last Call

 

There’s an old joke that goes: What do you get when you play a country song backwards? You get your wife back, your kids back, your job back, and so on. In the grand tradition of Nashville crooners, Stephen Simmons sings about loss in its many forms; lost love, lost youth, and often, lost sobriety. But he cradles the melancholy lyrics in a voice that’s as sweet and dark as molasses. Though less twangy than many of his Nashville contemporaries, Simmons is firmly anchored in alt-country with plinking acoustic guitars, singing fiddles and harmonica, and even the occasional dobro cameo.

11.01.04 MOJO Music Magazine
CASH CROP

 

Five young bucks taking a lead from Johnny Cash.
1. Josh Ritter
2. Bobby Bare Jr.
3. Lucero
4. Waylon Payne
5. Stephen Simmons
(East) Tennessee native raised in the Church of (God in) Christ amid an extended family of hellraisers, Simmons channels that mixed-up childhood into hard-hitting ballads that owe as much to Jay Farrar as they do The Man In Black. Drunk, sober, or somewhere in between, Simmon’s words ring true.
Check out: Last Call, Locke Creek Records, 2004

– Andrea Lisle
01.05.05Mountain Xpress Music
Last Call

Ultimately, it’s the conflicted singer/songwriter who resides at the heart of that whole alt-country thing. Young Stephen Simmons, a Cannon County, Tenn. native who has since made his way to the bloated, hard-to-get-noticed-at-all Nashville scene, understands this dichotomy as well as anyone. And he makes excellent use of those conflicts in his own heartfelt approach to the genre. Once in Music City (a town where most new arrivals need three-to-five years just to get their foot in the door), Simmons caught some keen ears with his self-released EP, and he now has their full attention with his first full-length record, Last Call. The brooding release explores the dark-sided moral dilemmas of rural life – namely church life – and his refined-grit approach has garnered comparisons to “a more subdued Steve Earle” and a “more grounded Ryan Adams.” Come feel the joyous pain at The Town Pump on Friday, Jan. 7.

07.05.05 Music Row Magazine
DISClaimer
STEPHEN SIMMONS | Last Call

One of the things that keeps drawing me back to the Americana genre is the awesome number of songwriters that it embraces.

Any movement that includes Jeff Black, Rodney Crowell, Stacy Earle, Stephen Simmons, Eric Heatherly and Adrienne Young is OK in my book. These people make records that are so superior to those of the country stars they share this city with. Records that say something. Records with refreshing sounds.

Yes, I find it frustrating that Americana programming focuses on a full album, rather than on an individual tune (which drives virtually every other genre). But when you’ve got people this gifted, what else can you do? Besides, there’s something charmingly retro about that.

I’m a little late in coming to this party, but allow me to add my voice to the chorus of critical praise that this Nashville writer-artist has been getting. He’s got a dark, drawling way with words and a ragged-but-right, roots-rock sound that are both utterly compelling on this title tune. Some of the other tracks are acoustic-guitar folk on this generous, 16-track showcase of this extraordinary troubadour. The overriding themes are sin and redemption, and that’s about as elemental as it gets.

– Robert K. Oermann

10.29.04 Muziekcafe ‘t Veendammertje
Stephen Simmons | Last Call
Locke Creek RecordsDoor het onvolprezen Belgische Roots Town kwam ik op het spoor van Stephen Simmons. Geboren in Woodbury, Tennessee en christelijk opgevoed in een doorsnee gezin (moeder onderwijzeres / vader fabrieksarbeider) heeft hij met zijn debuutplaat Last Call een dijk van een plaat afgeleverd. Eerder bracht hij een EP uit ?Stephen Simmons Live: Five Song Sampler, maar Last Call is zijn echt debuut. De plaat is met gerenommeerde sessiemuzikanten opgenomen in Nashville en laat een mix horen van ingetogen americana, afgewisseld met meer stevige rootsrock. Namen van Rod Picott, Steve Earle, Bruce Springsteen, Jackson Browne en Ryan Adams schieten met te binnen als er al vergelijkingen gemaakt moeten worden. Zelf noemt hij The Faces en Gordon Lightfoot hierbij.

De muziek en de teksten laten een muzikant horen die worstelt met zijn (christelijk) verleden. In zijn biografie staat het zo omschreven: ‘The songs on his new album Last Call, tell stories of country’s life dark side and serve to remind listeners how it feels to stand at the intersection of piety and sin oftewel komen de vrome lessen van huis overeen met de rauwe werkelijkheid.

Het eerste gedeelte van de plaat is meer alt. countryrock gericht (Country Lines, Last Call, Betty I’m Married), het tweede gedeelte kenmerkt zich door een meer ingetogen, akoestische benadering. Producer was Eric Fritsch o.a. bekend van Scott Miller en gelouterde Nashville sessiemuzikanten zoals guitarist Kenny Vaughn, bassist Dave Jacques, drummer Paul Griffith en cellist David Henry zorgen voor de muzikale omlijsting.

Al na de eerste luisterbeurt was ik overtuigd van de klasse van Stephen Simmons en die indruk is alleen maar heftiger geworden. Zonder twijfel heb ik “Last Call” bovenaan het favoriete lijstje voor de Americanachart van deze maand gezet. Deze plaat verdient een brede waardering bij de rootsliefhebbers.

– Thomas Kaldijk


10.14.04 Nashville City Paper
Local talent a real standout

In a city loaded with excellent singer/songwriters Stephen Simmons’ new self-released CD Last Call deserves special praise and attention for its mix of thoughtful lyrics and expressive, urgent lead vocals. While others focus on the upcoming election and political fare, Simmons explores more universal subjects without turning any song into a bitter diatribe or overly sentimental lament.

On the story songs sometimes it is hard to separate things that actually happened to me from the narrative that is fiction,” Simmons said. “Sometimes I’m inspired by things that I experienced. Other times there will be something that just triggers the creative spark and I can create something completely separate from my own life. But I am always exploring things that I think everyone in the audience on some level has experienced or thought about.”

Simmons, whose trio performs tonight at the Family Wash and Friday night at the Exit/In as part of the RASAC benefit, recorded Last Call locally in collaboration with producer/engineer Eric Fritsch. Such highly regarded Nashville musicians as guitarist Kenny Vaughn, bassist Dave Jacques, drummer Paul Griffith and cellist David Henry joined Simmons on the disc, which includes such poignant tunes as the autobiographical “Country Lines” illuminating Simmons’ background in Cannon County and the more somber “Bow Down” that outlines the dilemma of a cop who succumbs to temptation. Simmons avoids sounding anguished or overwrought in any situation, even when delivering lyrics that in lesser hands might sound clichéd or pious. His arrangements utilize elements of country, rock and pop, with everything linked through his strong, engaging vocals.

Fueled by a love for performing and a belief in his own skills, Simmons hasn’t sat back in wait of the industry to discover his skills. “I’m trying to play as much as I can,” Simmons said. “I’m certainly open to some sort of distribution deal, but I also knew it didn’t make sense to sit around hoping someone would find or hear me. I’m confident enough in my music and myself to feel that there’s an audience out there for my songs, and I’ve already got enough music for three more records.”

– Ron Wynn


12.01.04 Nashville Lifestyles
Generation Next: Music City earns its name with up-and-coming acts in every genre

Middle Tennessee native Stephen Simmons draws his dark Americana imagery directly from his rural upbringing. Like a twisted country preacher, his songs of sin and salvation are the aural equivalent of paintings by primitive Southern artists like Howard Finster and James Harold Jennings. In 2004, Simmons released his debut Last Call without record label support and was named “Best Undiscovered Singer/Songwriter” by the Nashville Scene.

– Paul V. Griffith 


08.03.04 NashvilleZine.com
Stephen Simmons, Last Call
(Locke Creek Records)

Stephen Simmons stares from the back of his album Last Call with a sternness that pierces any notion of rollicking light-heartedness conjured in its name. On this label debut filled with twangy grit and soothing vulnerability, the Nashville-based artist employs a kind of Southern Gothic storytelling that casts a haunting shadow on the human condition and lends a voice to the guilty conscience.

His is a sound wrapped in the crumpled, faded denim of American roots music, comforting and sturdy, but unforgiving in the tight spots.

The album’s title owes as much to the sobering pages of Revelations as it does the headiness of the strong final drink; and Simmons proposes that in the end, the experiences might not be so dissimilar, a tenuous separation like that of faithfulness and infidelity, love and lust and the decision at the fork of good and evil. In toeing that line, Simmons carves a unique place for himself. At certain times, the subtlety of the lyrics and his careful twists hang like a scathing whisper from the reconciled soul, but in the next breath, there’s a clap on the back from the guy who’s “thirsty for sin, and yearning for knowledge,” as he sings in the bawdy and bluesy title track.This meaty, 16-song release adds amplified punch to two songs, “Loserville” and “Sweet Salvation,” that appeared on the stark 2001 acoustic collection, Live – five song sampler.

A lot has changed in the three years since a boyish, clean-cut Simmons was performing on the side while balancing the 9-to-5 work world.

What has remained is his ability to capture in his music a blue collar America of little privilege and few easy breaks, a nod to his musical inspirations that include Woody Guthrie, Steve Earle and Bruce Springsteen. Like his characters searching for an identity after separating from established roots, Simmons flourishes by drawing from his rural upbringing and examining the transition into the unknown before emerging tattered but unbridled with his guitar and harmonica.

History constantly taps the shoulder, denying complete separation from the oft-ugly truth in “Loserville” and “Shirley’s Stables,” and acts as a reminder of bitter realities that aren’t so disposable in “County Lines” and “Grey Skies.” His thoughtful approach to storytelling and eagerness to study the less-than-desirable side of human nature results in several stellar relationship songs, not necessarily about love and not always sweet, but certainly honest.

From the confessional “Dirty Side of Me” to the morning-after guilt of “Forgive Me Father,” Simmons presents unvarnished accountability for the thoughts and actions that mostly go unspoken, wrapped in soft percussion and the sweet backing vocals of Wendy Newcomer. And his characters are not immune to the pain that they have inflicted. The bottomed-out lamentations of failed love in “Lay On The Tracks” and “Just Like Love” are delivered with strength and resignation from a soul that just can’t remain unaffected even though, sung in another song, “you’ll get used to it baby, just like the rest of us do.”

The album’s strength is in Simmons’ ability to weave stories with unexpected twists that reveal the truth about his characters in one short phrase. Some are delivered, some are damned, but there’s no heavy-handed judgment on any of them. They’re just a collection of regular folks in the common struggle, and Simmons stands shoulder-to-shoulder with them all, exposing the cosmic truths that he digs up in his own backyard.


07.01.07NetRhythms
Stephen Simmons – Last Call (Me And My Americana)

This month sees the overdue release in this country of Stephen’s singularly impressive and widely acclaimed debut full-length CD, which originally came out in the US two years ago (shortly after his self-released live EP). Coming to it fresh from the perspective of last year’s almost brutally sparse Drink Ring Jesus, it’s an altogether different animal in at least the one respect: over the course of its 71 minutes, it covers a wide variety of musical canvases from full band arrangement to stripped-down acoustic.

Although thematically it deals with much the same concerns (loss, love, life), Last Call is shot through with originality of thought and perception, while its emotional landscape, though familiar, ain’t exactly predictable. Its potent stories are concerned with the various ways the album title can be interpreted: the “last call” from the bar, the “last call” for your soul, and the “last call” of small town living when experiencing city life. Each track is an epic of situational observation, subdued and melancholy but upliftingly so, from within which we experience the soul’s reflections on the human condition, often as if viewed from the bottom of a glass.

Love and life, religion and redemption (Forgive Me Father for what I done here today), tales from the dark night of the soul yet curiously soothing, for life ain’t easy for anyone in Loserville – whether it’s the unfortunate Shut-Up Samantha, the uncomfortably familiar protagonist in the sinister Dirty Side Of Me, or the guy’s painful regret that twists the knife for that eternal dilemma of Betty I’m Married. Then, Lay On The Tracks plumbs the depths of despair and desolation but the sweetness of the melody and the arrangement signify a peculiarly calm resignation; and another standout, the beautiful Just Like Love, is at one and the same time direct and enigmatic.

Stephen’s brilliant, sometimes deceptively dark little vignettes are couched in comfortingly familiar musical colours with prominent elements such as lonesome harmonica, fiddles, gentle twang, occasional pedal steel and dobro, soft brushed drums (tho’ there’s still a few surprises, such as the almost grungy energy of the title track). These features aside, it’s real hard to categorise Stephen’s music – tho’ I wouldn’t be exaggerating to say there’s the feel of a Tennessee version of Steve Earle on County Lines, and quite a few tracks kinda recall a backwoods version of Springsteen.

Stephen’s also real fortunate to be supported on this disc by a whole gang of Nashville notables: Kenny Vaughn (guitar), Dave Jacques (bass), Paul Griffith (drums), David Henry (cello), Wendy Newcomer (backing vocals), Casey Driessen & Ward Stout (fiddles), with Paul Niehaus and producer Eric Fritsch. Now I’ve spent entire days playing this CD over and over again, and I still don’t feel I’ve got its full measure, there’s so much on offer, so many depths and subtleties. It may be an overwhelming sprawl of an album, with so many ideas running through its 16 tracks in a heady (if at times understated) parade of imagery and sounds that provide a challenge to the senses and emotions.

Last Call is a magnificent record genuinely without a weak moment, that fully justifies the acclaim heaped on Stephen as one of the outstanding new talents within what’s loosely classed contemporary roots Americana.

– David Kidman


05.01.05 Real Roots Cafe
Stephen Simmons, Last Call (Locke Creek Records)

Soms zie je juweeltjes over het hoofd. Gelukkig is er dan altijd nog broer Arie om deze leemte op te vullen. ‘Last Call’ is – op een e.p. na – het debuut van Stephen Simmons dat al in 2004 verscheen. Nog wat optekenen over dit album – zóver na de verschijningsdatum – zou als mosterd na de maaltijd zijn, ware het niet dat we hier van doen hebben met een artiest van buitengewone kwaliteit. Stephen Simmons groeide op in een kleine gehucht ergens in de negorij van Tennessee, waar de Curch Of Christ het dagelijks bestaan domineert. Met zeer expliciete songtitels als ‘Baptism’, ‘Sweet Salvation’ en ‘Forgive Me Father’ is de betekenis van dit album voor Simmons niets anders dan een catharsis van opgehoopte frustraties en woede over zijn jeugdjaren. Met teksten die verhalen over het leven van schuld en boete, geredde en verloren zielen, zondaars en (schijn) heiligen, maar ook over ontsnappen aan dat verstikkende levensklimaat. Zijn muzikale benadering kent mooie stijlvariaties. Arrangementen met rauwe gepassioneerde countryrock à la Chris Knight of Robert Earl Keen, die worden afgewisseld met donkere, introspectieve akoestische country- folk. De stem van Stephen Simmons klinkt altijd warm, soms rafelig en zingt beter dan diens evenknie in dit genre: Steve Earle. Goed beschouwd biedt ‘Last Call’ een fascinerende kijk op het ruige en brave, maar o zo hypocriete bestaan van een oerconservatief stukje platteland. Buitengewoon overtuigend gebracht en daardoor onweerstaanbaar gemaakt voor adepten van bijvoorbeeld Chris Knight en Steve Earle. Zij weten met deze laatste oproep wel raad.

– Huub Thomassen


07.12.07 ROOTSTIME (Belgium)
STEPHEN SIMMONS | Last Call

3 jaar geleden mochten we “Drink Ring Jesus” van Stephen Simmons al bespreken bij Rootstime. En een jaartje later verzorgde Freddy het recensiewerk voor de opvolger “Last Call” op basis van een exemplaar dat ons vanuit de USA werd toegestuurd. Het is deze CD die nu zowat 3 jaar later eindelijk officieel gereleased wordt in Europa door Rounder Europe en verdeeld door Munich Records. “Last Call” van de in Woodbury, Tennessee opgegroeide en inmiddels in Nashville woonachtige singer-songwriter Stephen Simmons bevat zestien prachtige Americana-liedjes, variërend van vrolijk en up-tempo tot traag en meeslepend. Wat “Last Call” naast de knappe liedjes en arrangementen echter vooral tot een mooie plaat maakt is het stemgeluid van Simmons. Soms is het opgewekt, dan weer gekweld of rauw, maar ontroeren doet het altijd. “Last Call” is een album met de nodige religieuze uitingen en tintjes, maar daarbuiten weet hij ook andere “waarheden” in zijn verhalen te verwerken. Met hulp van onder anderen Kevin Vaughn op de gitaar, Dave Jacques op de bass en David Henry op cello is dit album dan ook een goed verteerbaar werkstuk geworden.Na de fraaie opener “The Good Life”, over materialisme, is de titeltrack “Last Call”, een van de nummers die het geloof aan de kaak stelt. Muziek met religieuze uitingen en tintjes klinkt al gauw prekerig en op den duur heel gedateerd. Waardoor de kwaliteit van de muziek zelf dus heel belangrijk wordt. Gelukkig is Stephen Simmons ook op dit gebied in vorm, zodat zijn gloeiende Americana ook zonder de teksten boeit. De andere nummers bestaan uit voornamelijk mooie verhalen met nogal wat twijfel, spijt en schuldgevoelens erin verwerkt. Het bijna zeven minuten durende “Loserville” is een song over hoe verveling en baldadigheid een foute wending kunnen nemen, en is slechts een van de vele voorbeelden hiervan. Een tip voor liefhebbers van het betere Americana en singer/songwriterwerk.

(valsam & ook vooral Freddy in zijn jongere dagen)



 


10.28.04 ROOTSTIME Free-zine #104 (Belgium)
STEPHEN SIMMONS | Last Call

“Just enjoy the more than 70 minutes of this surprisingly beautiful cd with great songs and wonderful lyrics. It’ll have a nice spot in my year’s end list.”

ROOTSTOWN ALL HITS NO MISSES
Stephen Simmons is een uitstekende singer-songwriter, die ons zijn debuut presenteert (hij schijnt ooit een mini-cd’tje met 5 live nummers in eigen beheer te hebben uitgebracht, maar dat tellen we voor het gemak niet mee). Hij komt uit een klein stadje in Tennessee, zijn ouders waren typische middenstanders en aanhangers van de Church of Christ. Vooral dat laatste, het opgroeien met de Church of Christ, het hebben van ‘hiaten’ in wat je hebt geleerd, houdt Stephen bezig. In zijn teksten is er ruim aandacht voor ‘sin’ (zonde), ‘salvation’ (verlossing), ‘redemption’ (inlossing), ‘baptism’ (doop), enz. Erg bont maakt hij het in de titelsong Last Call, waarin hij de laatste oproep om drankjes te bestellen vergelijkt met de laatste oproep van Jezus om ‘thuis’ te komen (zij het wel vanuit het perspectief van een probleemdrinker): ‘mamma get off the phone, I’m waiting for Jesus to call. He said he wouldn’t be gone long, but it’s been over ten years now, I think it’s time he finally called me home’. Maar niet alleen de kerk (er is ook nog Baptism en Dirty Side Of Me) houdt hem bezig, ook de liefde (Betty, I’m Married, Just Like Love) en het overleven in de huidige maatschappij (Loserville, Shut Up Samantha, Shirley’s Stables, Grey Skies). Last Call is een dijk van een plaat. Het begint al direct met The Good Life, een prachtige ballad die begint met gitaar en mondharmonica en de eerste woorden van Stephen. Het is of je Steve Earle hoort, de hele atmosfeer heeft er veel van weg, maar Stephen heeft een betere zangstem. Even verderop in het nummer legt Paul Niehuis een verrukkelijk dekentje neer met zijn pedal steel. Het tweede nummer, Last Call, heeft een stevige elektrische aanpak in twee verschillende ritmes. Na deze twee nummers is er nog een vol uur (!) te gaan, want er is niet moeilijk gedaan over een minuutje meer. De ballads overheersen, maar worden op de goede momenten afgewisseld met (iets) steviger nummers. Prachtige momenten beleef je met Betty, I’m Married, waarin Stephen een ‘boze’ droom heeft, waarin hij ene Betty van zich af moet houden en dat valt hem niet mee, want Betty is mooi (‘Well the band did play and Betty did sing, and she kept pouring drinks, and she kept playing me?’), met Forgive Me Father (‘She held me tighter than a lover who just wants to play, and in some twisted way it’s all that kept her from going insane. Forgive me Father for what I done here today’) en met eigenlijk alle overige songs. Stephen zelf, zoals dat een singer-songwri-ter betaamt, goed voor vocals, akoestische gitaar en harmonica, krijgt hulp van een paar grote jongens: Dave Jacques (bas) en Paul Griffith (drums, percussie) kennen we van de cd’s en optredens van John Prine en Paul Niehuis is op veel nummers aanwezig met een prachtig begeleidende pedal steel. Op enkele nummers horen we fiddle, cello en mandoline. Wendy Newcomer zorgt voor achtergrondvocalen op een paar nummers. Ga eens luisteren naar deze man. Verwacht geen nieuwigheden (is dat op dit terrein nog wel mogelijk?), maar geniet meer dan 70 minuten lang van een verrassend mooie cd met prima songs en uitstekende teksten. Goed voor een leuke plek op mijn eindejaarslijstje.

– Marc Nolis


12.28.04 ROOTSTIME e-magazine (Belgium)
STEPHEN SIMMONS | Last Call

 

Af en toe belandt er in de brievenbus een plaatje waar je niet zo’n zin in hebt. Zo’n plaatje verpakt in van dat hoe-krijg-ik-het-in-godsnaam-los plastic, met een vel gekleurde voorkant. Het blijken vaak de mooiste te zijn. “Last Call” van de in Woodbury, TN, opgegroeide en inmiddels in Nashville woonachtige singer/songwriter Stephen Simmons, voldoet precies aan de criteria. Hij slingerde dan ook al een poosje rond voor ik ’em toch maar eens opzette. En hij liet daarna ook niet meer los. Zestien prachtige Americana-liedjes staan erop variërend van vrolijk en up-tempo tot traag en meeslepend. Wat “Last Call” naast de knappe liedjes en arrangementen echter vooral tot een mooie plaat maakt is het stemgeluid van Stephen. Soms is het opgewekt, dan weer gekweld of rauw, maar ontroeren doet het altijd. “Last Call” is een album met de nodige religieuze uitingen en tintjes, maar daarbuiten weet hij ook andere ‘waarheden’ in zijn verhalen te verwerken. Met hulp van onder anderen Kevin Vaughn op de gitaar, Dave Jacques op de bass en David Henry op cello is dit album dan ook een goed verteerbaar werkstuk geworden. De zestien tracks tellende cd geven hier zeker blijk van. Na de fraaie opener “The Good Life”, over materialisme, is de titeltrack “Last Call”, een van de nummers die het geloof aan de kaak stelt. Muziek met religieuze uitingen en tintjes klinkt al gauw prekerig en op den duur heel gedateerd. Waardoor de kwaliteit van de muziek zelf dus heel belangrijk wordt. Gelukkig is Stephen Simmons ook op dit gebied in vorm, zodat zijn gloeiende Americana ook zonder de teksten boeit. De andere nummers bestaan allemaal uit goede staaltjes songwriting, voornamelijk mooie verhalen met nogal wat twijfel, spijt en schuldgevoelens. Het bijna zeven minuten durende “Loserville” is een song over hoe verveling en baldadigheid een foute wending kunnen nemen, en is slechts een van de vele voorbeelden hiervan. Een tip voor liefhebbers van het betere Americana en singer/songwriterwerk: gaat dit horen. Dan beloof ik dat ik me nooit meer zal laten misleiden door de felle kleuren van cd-hoesjes. Top!

11.06.04 Sonic Wave Magazine
Last Call
 

Hay que reconocer que los amantes de la música americana que se debate entre el rock y el country estamos de enhorabuena este año 2004. Cuando nos encontramos en la recta final del susodicho, podemos estar contentos de haber añadido a nuestras estanterías de CDs un buen número de trabajos para que acompañen a nuestros viejos (y en algunos casos también a los nuevos) discos de John Hiatt, Steve Earle, Bob Dylan o Tom Petty, por coger cuatro nombres al azar. Y dicho lo dicho, pues ya puedes suponer que se cuece en este “The Last Call”. Acompañado de músicos excepcionales como Paul Griffith o Dave Jacques, Stephen Simmons suelta un disco para caerse de culo y no levantarse. Juguetón, melódico y en ocasiones hasta duro, el de Tennessee no se conforma con ofrecer el típico trabajo majo y cortito que te deje un buen sabor de boca, sino que se tira de cabeza a 16 temas que van a hacer las delicias de los que consideramos que “El corazón” de Steve Earle o “Heartbreaker” del, cada día más perdido, Ryan Adams son dos de las grandes obras de los 90.El disco tiene momentos para todo, desde temas en la onda de los más puros songwriters de guitarra en mano y harmónica como el inicial “The Good Life”, a countries más pesados, y cercanos al rock y al blues, como el tema que le da título. Por ponerle un pero a Simmons, su voz, demasiado cercana, en ocasiones, a las cadencias de Earle, flojea cuando los tonos bajan pero ¿vas a dejar de comprar un disco como este por ese pequeño detalle? Entonces, quizá estás loco, y si con esto no he logrado convencerte puedes escuchar a Simmons en directo en su página Web (www.stephensimmonsmusic.com). Seguro que eso lo consigue.

– Eduardo Izquierdo

09.10.04 The Daily Beacon
Volume 97 Number 19
Small town musician alters country’s style

The first thing since “Footloose” to mix dancing and the Church of Christ into one is playing at Manhattan’s Bistro & Bar Friday. Stephen Simmons, a singer/songwriter born and raised in Tennessee’s Canon County, has written an album that could be the answer for everyone, or anyone whose ever been brave enough to ask a question about the Church of Christ.

Don’t read too into the lyrics though, Simmons isn’t insulting anyone. While growing up, like a lot of people, he began to see holes in the way he was being raised. On one hand, he partook in the simplistic, wholesome rural country life, and then on the other he began to wonder about the devilish, sinful people who lived in the cities. Naturally, he wanted answers himself. His new album, “Last Call” attempts to put some of these questions to sleep.

Simmons’ sound can hardly be called rock-a-billy, but listeners wouldn’t exactly liken it to their grandparents twangy “Live from the Grand Ole Opry” albums either. Think Ryan Adams minus the drinking, heartache and no clever little ditty about his favorite city. However, Simmons does have a tune about his favorite county lines and how good it feels to leave them behind. His lyrics echo the feelings of saying goodbye to the place you’ve called home, but not exactly feeling remorseful about it. “County lines/Run in funny ways/But once they draw ’em up/They don’t ever change/They say you can’t go back/So don’t even try/Take one more step/And kiss your County goodbye.”

Recorded in Nashville, “Last Call” features quite an array of talent, such names as guitarist Kenny Vaughn, drummer Paul Griffith, bassist Dave Jacques and cellist David Henry. The album has picked up attention all around, seeing as it pulls at the heart strings of anyone who has ever escaped small town living. Although Simmons writes about his time spent in Woodbury, Tenn., he employs universal themes that explore the human soul beyond the honky tonks. The song “Bow Down” speaks of a small town cop and the childhood friends he let get away with cooking crystal meth, only to have irony served up as he found his eldest son, dead from an overdose of their main dish. These collective themes mix with close to the heart stories to give “Last Call” a feel beyond the country rock it may be stereotyped as. The album is more than just a lamentation over a woman leaving and the trailer park burning down.

Simmons has managed to take a genre that Nashville is known for, transform it’s style and play it in an unconventional way; yet, it still has the deep meaning needed to attract listeners who will understand the emotion poured into the songs.

– Emily Ledbetter

03.01.05 The Nashville Scene
The friction between Simmons’ humming intellect and the bedrock lessons about sin and salvation that linger from his Church of Christ upbringing in Woodbury, Tenn., throws off sparks on his full-length debut, Last Call. His forebears are unmistakable: Steve Earle, Chris Knight, Kris Kristofferson and any other country singer-songwriter who ever brought a jacked-up I.Q. to bear on the contradictions of spirituality. Simmons’ natural grit and deliberation, as well as the searching sprawl of his 71-minute album, suggest he won’t let go of his questions until the answers show themselves.– Chris Neal


10.06.04 The Nashville Scene – Best of Nashville 2004
Best Undiscovered Singer-Songwriter: Stephen Simmons
 

Simmons writes moving, sharply detailed lyrics about small-town people who spend their lives sitting in church pews or on barstools—and often both. He uses these settings to evocatively portray individuals seeking transcendence or relief while caught in internal conflict, and to talk about the influence families, religion, temptation and just plain boredom can have on a soul. And, like the best songwriters, he can illustrate how one bad choice, or a series of them, can reverberate long after the person realizes his or her mistake. Working around an acoustic base, but with a rocker’s swagger, Simmons will draw comparisons to Steve Earle, Robert Earl Keen and Chris Knight and other master storytellers. If he keeps making albums as good as his recent Last Call, someday he’ll be mentioned alongside them.

– Michael McCall 


08.04.04 The Nashville Scene
Transcendental
 

New album by local singer-songwriter plumbs lives of hard-pressed rural folk trying to get higher Stephen Simmons titled his new album Last Call (Locke Creek Records) because many of his characters have heard those words in two places: at closing time in nightclubs, when, as in the title track, a bartender calls out “last call for all you sinners”; and at the end of church, when the preacher makes the same plea. What Simmons does so well — with songs like “Baptism,” “Sweet Salvation,” “Dirty Side of Me” and “Forgive Me Father” — is portray individuals in search of transcendence but caught in internal conflict. He’s also good at depicting how one bad choice, or a series of them, can bring down all the good that came before it.A native of Woodbury, Tenn., Simmons was raised in a Church of Christ family of factory workers and farmers, and he draws on that background to examine the moral conflicts of impoverished country folk torn between their religious upbringing and carnal impulses.

Last Call balances gentle acoustic arrangments with rough-edged, guitar-driven roots rockers. Produced by Eric Fritsch, these songs are built around the sensitive rhythm section of bassist Dave Jacques and drummer (and Scene contributor) Paul Griffith, augmented by esteemed accompanists like steel player Paul Niehaus, guitarists Kenny Vaughn and Mike McAdam, and harmony singer Wendy Newcomer.

These outstanding musicians prove their worth by how unobtrusively they add to Simmons’ songs. Nevertheless, it’s the stories that stick, such as the bored young pranksters who bedevil a farmer until violence changes all of their lives, and the state trooper who ignores some childhood friends who cook up crystal meth in an out-of-the-way trailer, only to find his teen son O.D.’d on their product.

At his best, Simmons is as good as heartland songwriters like Steve Earle, Robert Earl Keen, Chris Knight and R.B. Morris, all of whom he calls to mind at times, even though his voice and lyrics have a potent punch distinctly his own.

– Michael McCall

03.20.05 The New Zealand Herald
Winning ways with country
STEPHEN SIMMONS – Last Call
(Southbound)
(Herald rating * * * *)

Tennessee-born Nashville-based singer-songwriter Stephen Simmons doesn’t lie. A lesser artist might have opened an album with something up-tempo but Simmons starts as he means to go on with the downbeat The Good Life, I’ve Got Issues Baby I’ll Probably Never Resolve.

His debut album Last Call announces the arrival of a major talent who views life from the perspective of the sinners, not the saved, from those who have driven the back roads, spent time inside, or live with guilt. These finely detailed stories invite comparisons with Steve Earle and acoustic Bruce Springsteen, sung in a hard-edged sometimes slurry style which suggests indifference or not givin’ a damn.

Terrific songs here: the wild-child narrative of Loserville; the sense of shame and avoidance of the past in Shirley’s Stables; the unspoken menace of Dirty Side Of Me. All this in spare arrangements, a few augmented by pedal steel, and every now and again some kicking drums. Good one all round. Songs from hard-scrabble roads, bar stools and prison cells, ringing with sin and guilt and feeling utterly authentic.

– Graham Reid

12.20.04 The Tennessean
Stephen Simmons takes spiritual journey on new album

England’s Mojo magazine recently mentioned Music City troubadour Stephen Simmons as someone whose music is following in the footsteps of dearly departed Johnny Cash. That doesn’t mean Simmons sounds a thing like Cash; he doesn’t. Then again, nobody sounds like Johnny Cash, except folks who are trying to imitate him. And Simmons isn’t out to imitate.

Like Cash, though, his songs are often studies of sin and varying levels of redemption. Simmons was raised amid spiritual certainties in the Church of Christ, but Last Call is more about questions than answers. It’s a tense set of songs – Simmons publishes his work through the aptly titled Downguy Music – with the singer proclaiming, “There’s a dirty side of me that you ain’t ever seen,” and “Pray Jesus ain’t around, man, to see me bow down.” There’s an album-ending proclamation of “sweet salvation,” but the ride there passes through some harrowing territories.

Simmons’ voice is an edgy instrument that sounds wise and lived-in, belying the “young buck” tag given him by Mojo. At times on Last Call, that voice is augmented by sparse instrumentation that recalls Bruce Springsteen’s plaintive Nebraska album. In other places, producer Eric Fritsch opts for a roots-rock approach.

Nashville all-stars including guitarist Kenny Vaughan, bass man Dave Jacques and drummer Paul Griffith ensure that transitions are seamless. Influences including Springsteen and Steve Earle are apparent, but Last Call reveals Simmons as a thoughtful, perceptive, emotionally riveting new voice.

Unavailable at big-box retail outlets, the album may be purchased at Grimey’s, at Tower Records or on the Internet through stephensimmonsmusic.com

– Peter Cooper